Het is voor het eerst dat op deze schaal de kinderopvang in een gemeente wordt gegarandeerd, zegt Gjalt Jellesma, voorzitter van ouderbelangenvereniging Boink. Den Haag is volgens hem een van de gemeenten waar kinderopvang „hoog op de agenda staat”. Eind 2007 presenteerde de voor onderwijs en jeugdzaken verantwoordelijke wethouder Sander Dekker (VVD) al een actieplan voor de uitbreiding van de kinderopvang. Sindsdien zijn 700 extra plaatsen gerealiseerd.
Volgens een woordvoerder van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten worden er ook door veel andere gemeenten gesprekken gevoerd met de plaatselijke schoolbesturen en kinderopvanginstellingen. De woordvoerder noemt het Haagse convenant „een goed voorbeeld dat andere gemeenten zouden moeten volgen”.
Jellesma vindt het „prijzenswaardig” dat de gemeente Den Haag zich inspant voor de kinderopvang, maar hij zegt wel dat de extra locaties aan de huidige, wettelijke, eisen moeten voldoen. „Zo zagen we bijvoorbeeld in Utrecht dat er vaak onvoldoende buitenruimte was en er te veel kinderen per locatie waren.”
De vraag naar kinderopvang is in Nederland de afgelopen jaren fors gestegen. In 2005 zat 15 procent van alle kinderen in de opvang, dit jaar was dat al 30 procent. Uit het convenant blijkt dat in Den Haag op korte termijn wordt gezocht naar nieuwe locaties voor kinderopvang, zoals sportaccommodaties.
Gemeenten hebben geen verplichting zich te bemoeien met de organisatie van kinderopvang. Er staat alleen in de wet dat scholen verplicht zijn om opvang te organiseren als ouders dat wensen. Maar wanneer er wachtlijsten zijn of een gebrek aan locaties, hebben ouders geen garantie op opvang. „Het bleek een weeffout dat kinderopvang alleen voor de markt zou zijn. Gemeenten zijn broodnodig”, zegt Boink-voorzitter Jellesma.
(NRC-Handelsblad)