Vandaag heeft MOgroep Kinderopvang de Tweede Kamer nogmaals gewezen op de ernstige gevolgen van de 7% verlaging. Al eerder, in een brief op 29 mei 2009, liet MOgroep Kinderopvang weten dat de gevolgen met name voor ouders uit de laagste inkomensgroepen bijzonder groot zijn. Voor hen zal de BSO vanaf 2010 niet meer te betalen zijn. MOgroep Kinderopvang dringt er op aan de alternatieve dekking over te nemen.
‘Door deze bezuinigingsmaatregel worden ouders in de laagste inkomensgroepen het zwaarst getroffen. Immers elke euro boven het maximum komt volledig voor rekening van ouders, ongeacht het inkomen. Ouders worden opgezadeld met behoorlijke kostenverhoging voor de BSO. Dat is echt niet nodig omdat er alternatieven zijn waarbij de laagste inkomensgroepen juist worden ontzien’, zegt Ina Brouwer, voorzitter van MOgroep Kinderopvang.
Toelichting
Uit onderzoek van MOgroep Kinderopvang in november 2008 bleek al dat de huidige bevriezing van het fiscaal maximum betekende dat 34% van de BSO ondernemers zich genoodzaakt zag de kostenstijgingen door te berekenen aan de ouders. Op dit moment ziet reeds 50% van de kinderopvangorganisaties zich genoodzaakt een tarief te hanteren dat op of boven het huidige fiscaal maximum van € 6,10 ligt. Zelfs bij een geringe inflatiecorrectie zal in 2010 een nog aanmerkelijk groter deel van de BSO aanbieders boven het maximum uitkomen. Dat geldt zeker als de voorgenomen verlaging van 7% doorgaat en het fiscaal maximum € 5,82 wordt. Gevolg is dat ouders in de laagste inkomensgroepen het zwaarst getroffen zullen worden. Elke euro boven het maximum komt volledig voor rekening van ouders, ongeacht het inkomen. Dit in combinatie met de economische recessie betekent dat het vertrouwen in de overheid bij ouders afneemt.
Uit recenter onderzoek (april 2009) van MOgroep Kinderopvang blijkt dat ongeveer 66% van de kinderopvangorganisaties zegt de verlaging van het fiscaal maximum voor de BSO te moeten door berekenen aan de ouders. De stijgende kosten (vooral personeel en huisvesting) kunnen door de organisaties niet opgevangen worden. Dit betekent dan hogere kosten voor ouders. Alles boven het maximum komt dan voor 100% voor rekening van ouders. Aanname van het kabinet was dat de meeste kinderopvangorganisaties genoeg vet op het bot hebben om een dergelijke verlaging in de eigen begroting op te vangen. Dit is volledig ten onrechte. Uit een rapport van het Waarborgfonds Kinderopvang blijkt dat de kinderopvangbranche nog maar net uit de gevarenzone is en dat veel organisaties nog op het randje hiervan zitten.
MOgroep Kinderopvang heeft een aantal alternatieven voorgesteld waarmee de voorgenomen bezuinigingen wel worden gehaald, maar waarbij de laagste inkomensgroepen worden ontzien. Een bezuiniging op de toeslag voor het tweede kind voor de hogere inkomens (2 maal modaal of hoger) levert al snel 54 miljoen euro op.
Dit alternatief sluit overigens prima aan bij het advies van de Commissie van Rijn waarin de aanbeveling is opgenomen om de kinderopvangtoeslag voor tweede en volgende kinderen te versoberen.
(bron: MO groep, 26 juni 2009)