Gezinnen met kinderen betreffen echtparen met kinderen,samenwonenden met kinderen en éénoudergezinnen. Het percentage gezinnen met kinderen wordt berekend door het aantal gezinnen met kinderen te delen door het totaal aantal huishoudens.
Aantal inwoners per km2 oppervlak.
Onder hoger opgeleiden verstaan we het aantal mensen van 15 tot 65 jaar met hoger beroepsonderwijs (hbo) of universitair onderwijs (wo) als hoogste onderwijsniveau. Dit aantal wordt gerelateerd aan de totale bevolking van 15-65 jaar.
Onder tweeverdienerhuishoudens verstaan we huishoudens waarin een (echt)paar voorkomt en waarin beide partners persoonlijk inkomen hebben. Huishoudens met een hoofdkostwinner van 65 jaar of ouder zijn buiten beschouwing gelaten. Het percentage tweeverdienerhuishoudens ontstaat door het aantal tweeverdienerhuishoudens te delen door het totaal aantal huishoudens.
Het gestandaardiseerd inkomen is het (besteedbaar) huishoudeninkomen gecorrigeerd voor grootte en samenstelling van het huishouden. Het geeft aan welk inkomen een huishouden nodig heeft om een gelijk welvaartsniveau te bereiken als dat van alleenstaanden. We hanteren het gemiddelde gestandaardiseerde inkomen van alle huishoudens in de gemeente.
Een inkomen is laag wanneer het bijbehorende gestandaardiseerde inkomen, een lagere koopkracht vertegenwoordigt dan een bedrag van 7.260 euro in prijzen van 1990. Rekening houdend met het prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie betekent dit dat een inkomen in 2008 laag is wanneer het lager is dan 11.122 euro.