Anders dan in de ons omringende landen is Nederland pas sinds de jaren negentig (en voluit pas sinds 2005) krachtig bezig te investeren in de formele kinderopvang. Inmiddels wordt daar steeds meer gebruik van gemaakt, en er worden ook hogere eisen aan gesteld.
Inmiddels maakt 83% van de peuters tussen 2 en 4 jaar gebruik van een vorm van kinderopvang, terwijl 17% van de Nederlandse kinderen tussen 4 en 12 jaar gebruik maakt van de buitenschoolse opvang. Alle prognoses gaan er vanuit dat Nederland het Europese gemiddelde zal halen, dwz zo’n 75% van de kinderen in een vorm van opvang tussen 4 en 12 jaar. Zeker in het licht van de vergrijzing en een grotere arbeidsmarktparticipatie van vrouwen is kwalitatief goede kinderopvang een voorwaarde. Dat is een internationaal gegeven.
Zweden kent een zeer hoge arbeidsmarktparticipatie van vrouwen, maar daar bestaat een goede kinderopvang dan ook al meer dan 60 jaar.
Investeringen verdienen zich terug, al is dat misschien pas echt duidelijk op de middellange termijn. Dat geldt zeker als de investering niet alleen aan de arbeidsmarkt maar ook aan het belang van kinderen wordt gekoppeld.
De kosten van kinderopvang moeten worden afgezet tegen de groei van de arbeidsmarktparticipatie van vrouwen op de langere termijn, maar ook tegen de kosten van de investering in kinderen zelf.
Een goede kinderopvang beperkt taalachterstand en andere vormen van sociale achterstand. Dat blijkt uit internationaal onderzoek.
Dat Nederland niet alleen staat in deze ontwikkeling blijkt overigens ook uit het rapport van de OECD “Foundation Findings – Childcare services in Europe” (2009). Met het stijgen van de arbeidsmarktparticipatie van vrouwen groeit de sector van de kinderopvang overal in Europa. Tegelijkertijd wordt de branche overal met dezelfde problemen geconfronteerd. Toegankelijkheid en betaalbaarheid noemt de OESO als essentiële voorwaarden. Het rapport geeft aan dat het beleid zich moet richten op toegankelijke en financieel aanvaardbare kinderopvang. Wil Nederland mee doen met deze Europese ontwikkelingen en niet verder achterblijven, dan zijn investeringen in kwaliteit en kwantiteit nodig.
De Taskforce Kinderopvang/Onderwijs, bestaande uit hoofdrolspelers van de kinderopvang, sociale partners en onderwijs, zal binnenkort haar eindrapport presenteren met een toekomstvisie en voorstellen voor de korte en middellange termijn. De visie is gebaseerd op de meest recente Europese en Nederlandse ontwikkelingen, zowel op de arbeidsmarkt als op het terrein ontwikkelingskansen voor kinderen.